- De Europese Unie streeft ernaar de aanwezigheid van jonge boeren tegen 2040 te verdubbelen door middel van een strategie die is gebaseerd op vijf fundamentele pijlers.
- In Spanje is de gemiddelde leeftijd van boeren boven de 60 jaar, waardoor generatievernieuwing een dringende noodzaak is voor de voedselzekerheid.
- Er zijn belangrijke belemmeringen, zoals dure toegang tot grond, bureaucratie en een gebrek aan financiering, die worden aangepakt met programma's zoals CULTIVA en PEPAC-fondsen.
Als we het over het platteland hebben, stellen we ons vaak iemand voor met een door de zon gebruinde huid en decennialange ervaring. Juist die realiteit zou ons echter alert moeten maken. De agrarische sector kampt met een versnelde vergrijzing , wat niet alleen een demografisch probleem is, maar ook een reëel risico vormt voor onze voedselproductie en het voortbestaan van plattelandsgemeenschappen.
Het gaat er niet alleen om dat kinderen de boerderijen van hun ouders erven, maar ook om de landbouw weer aantrekkelijk en een haalbare carrièreoptie te maken. Om de plattelandseconomie bloeiend te houden, hebben we jonge mensen nodig, enthousiast en vol frisse ideeën, die ervoor kiezen om op het platteland te gaan wonen en het stigma achter zich te laten dat het een achtergebleven sector is.
De ambitieuze routekaart van de Europese Commissie
De Europese Unie heeft resoluut actie ondernomen en de zogenaamde Generatievernieuwingsstrategie voor de landbouw gelanceerd. Het doel is ambitieus: tegen 2040 wil men dat jongeren 24% van alle EU-landbouwers vertegenwoordigen . Om dit te bereiken is een alomvattend plan opgesteld dat geen middel ongebruikt laat en zich richt op het wegnemen van de belemmeringen die jongeren momenteel ervan weerhouden een bedrijf in de sector te starten.
Deze strategie rust op vijf fundamentele pijlers om het probleem bij de wortel aan te pakken. Ten eerste de eerste fase , die welkomstpakketten voorstelt met financiering voor de agrovoedingssector, essentiële middelen, steun en krediet , advies en leningen met garantie van de EIB, waarbij wordt gesuggereerd dat lidstaten ten minste 6% van hun landbouwbudget hiervoor besteden. Ten tweede, toegang tot landeigendom , het bestrijden van speculatie door de oprichting van een Europees Landobservatorium en het faciliteren van de overdracht van openbaar land aan jongeren.
De derde pijler is opleiding , met de nadruk op digitalisering en de ontwikkeling van een Erasmus-achtig programma voor agrarische ondernemers. Het vierde punt betreft plattelandsontwikkeling , want niemand wil naar het platteland verhuizen als er geen kwekerijen, gezondheidscentra of snel internet zijn. Tot slot vereisen de EU-verplichtingen dat elk land een eigen nationale strategie ontwikkelt, afgestemd op het GLB.
De realiteit van het platteland in Spanje: tussen risico en kans.
Uit de gegevens van het Ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening blijkt een zorgwekkende situatie. Met een gemiddelde leeftijd van boven de 61 jaar dreigt het merendeel van de zelfstandige boeren binnen tien jaar met pensioen te gaan. In sommige regio's is de ongelijkheid alarmerend: voor elke jongere onder de 40 zijn er drie veteranen boven de 65.
Maar het is niet alleen maar slecht nieuws. Er vindt een mentaliteitsverandering plaats. Een nieuwe generatie ondernemers ziet de landbouw niet langer als een last, maar als een innovatieve zakelijke kans . Deze nieuwe professionals zetten zich in voor regeneratieve landbouw, de circulaire economie en het gebruik van technologie om de kosten te optimaliseren. Ze beschouwen het platteland als een plek waar men kan leven in overeenstemming met waarden als duurzaamheid en persoonlijk welzijn.
In Spanje wordt steun verleend via het GLB en het CULTIVA-programma , waarmee jongeren via stages kunnen leren van modelboerderijen. Daarnaast worden kredietlijnen zoals de ICO-MAPA-SAECA en regionale subsidies van € 20.000 tot € 80.000 gestimuleerd om de vestiging van nieuwe boeren te bevorderen.
Regionale initiatieven en te overwinnen belemmeringen
Regio's zoals Castilië en León zijn op dit gebied toonaangevend geworden dankzij baanbrekende maatregelen rondom bedrijfsopvolging , waarbij gepensioneerde boeren financieel worden gecompenseerd wanneer ze hun land en expertise overdragen aan een jongere. Deze aanpak verjongt niet alleen de bevolking, maar voorkomt ook dat praktische kennis – die je niet in boeken vindt – verloren gaat met pensionering.
Aan de andere kant promoot Catalonië een eigen strategie om te voorkomen dat boerderijen verdwijnen. Er blijven echter obstakels bestaan die velen doen afhaken: bureaucratische complexiteit , onbetaalbare grondprijzen en het gebrek aan winstgevendheid van traditionele modellen. Zonder een duidelijk financieel toekomstperspectief botst het enthousiasme van jongeren frontaal met de economische realiteit.
Het is interessant om te zien dat, volgens gegevens van de sociale zekerheid, jongeren vaker in loondienst zijn dan zelfstandig ondernemer. Dit duidt op interesse in de sector, maar een gebrek aan ondersteuning om de stap naar ondernemerschap te zetten. De huidige trends laten zien dat jongeren zich meer richten op houtgewassen (olijfgaarden, wijngaarden) dan op kruidachtige gewassen of granen.